David recenseert

Kunstrecensies van David Danner

“De Pelikaan” – Toneelgroep Amsterdam

Image

Foto: Jan Versweyveld, vlnr (en van boven naar beneden): Helene Devos, Alwin Pulinckx, Vanja Rukavina, Marieke Heebink en Janni Goslinga

van: August Strindberg

regie: Susanne Kennedy

gezien op: 26-03-2014, Grote Zaal Stadsschouwburg Amsterdam

★★★★☆ – David Danner

Susanne Kennedy bewerkt op geheel eigen wijze “De Pelikaan” van Strindberg in haar debuut bij Toneelgroep Amsterdam. Kennedy zet een droomerige, sprookjesachtige en vervreemdende enscenering neer, waarin alle componenten evenveel bijdragen aan de voorstelling. De combinatie van decor (Katrin Bombe), video (Bombe en Rodrik Biersteker), licht (Jan Harm Wagner), kostuums (Lotte Goos) en geluid (Richard Janssen) creëren een droomwereld waarin een op het eerste oog gezellig huis een vervreemdende werking krijgt die te vergelijken is met een nachtwandeling over een verlaten kermis.

Kennedy laat in haar bewerking weinig over van de oorspronkelijke tekst. Alleen een aantal kernzinnen per personage blijven over en worden soms aangevuld door citaten uit andere teksten (zoals van Schopenhauer voor de zoon). Deze zinnen worden voortdurend herhaald en dragen bij aan het ritme van de voorstelling. De avond is in vijf hoofdstukken, een proloog, een intermezzo, een apotheose en een epiloog verdeeld door Kennedy. Elk onderdeel wordt ingeleid en afgesloten door een voice-over, die de indruk geeft het publiek een verhaaltje voor het slapengaan te vertellen om het publiek vervolgens weer mee de droomwereld van Kennedy in te nemen. Hoewel deze voice-overs de tendens van de voorstelling enigszins temporiseren, voelt het kijken naar deze voorstelling aan als een stoomtrein die beetje bij beetje aan snelheid wint tot het zijn topsnelheid bereikt.

De acteurs hebben weinig ruimte om hun personages emotioneel uit te lichten, maar bewerkstelligen met hun houding en in samenspraak met de andere voorstellingselementen dat het publiek een heel goed beeld krijgt van de familieverhoudingen.

De voorstelling biedt veel mogelijkheden voor interpretatie (Schopenhauer en Freud zijn enkele grote denkers die expliciet of impliciet voorbij komen), maar kent zijn kracht vooral in de sfeer die Kennedy creëert. De voorstelling neemt je anderhalf uur mee in het familiedrama van Strindberg, om je daarna licht verward achter te laten. Maar een ding is zeker: de droomwereld van Kennedy is een fijne om in te mogen verkeren.

“RICHARD 3.0” – Toneelgroep BAM!

Image

foto: Daniel Karavolos, vlnr: Thom Gall, Rick Everts en Nora Ramakers (en achter Everts: Ruben de Roos)

van: Gary Blufpand, naar Shakespeare

regie: Gary Blufpand

gezien op: 25-03-2014, Theaterzaal CREA Amsterdam

★★★★☆- David Danner

RICHARD 3.0 is de debuutvoorstelling van Toneelgroep BAM!. Een nieuw Amsterdams gezelschap dat naar eigen zeggen radicale repertoirevoorstellingen maakt die ze in het gezicht van jong publiek smijten. De regie van deze eerste voorstelling was in handen van de artistiek directeur van het gezelschap: Gary Blufpand.

Blufpand, die zelf de Shakespeare’s tekst bewerkt heeft voor deze voorstelling, giet Richard III in een modern en jong jasje: dat van een computerspel. De verschillende sleutelmomenten van de voorstelling worden ingeleid alsof het levels zijn van een onschuldig computerspelletje dat een groep jongens aan het spelen is. “Level 7: waarin Richard motherf**ker 3.0, koste wat het kost, koning van Engeland moet worden. START.” Deze transformatie blijkt uitstekend te werken. We zien Richard langzaam van een onschuldig jongetje, dat zich mee laat slepen door zijn vrienden, veranderen in een gevaarlijke maniak die zich door niets of niemand meer laat bedwingen. In het begin van het stuk handelt Richard alleen maar als zijn vrienden hem met een grote mond opdragen te doen wat ze zelf misschien niet durven. Maar nadat succes na succes zich opstapelt wil Richard meer en meer. En hij gaat steeds meer in zichzelf geloven. Totdat hij zelfs zo ver is afgezonderd door zijn drang naar bloed dat zelfs zijn vrienden hem niet meer tegen kunnen houden.

In een door Tom Brinkkemper en Stefan de Vries ontwikkeld decor van hangende plastic doeken is alleen plaats voor een winkelwagentje, dat dienst doet als troon, koets en paard, en een Godfatherachtige, bloedende paardenkop. Dit decor draagt optimaal bij aan de kilte en onverschilligheid waarmee Richard aan het begin van het stuk handelt. Later als Richard machtiger en machtiger wordt valt een van de zijlen begeleid door dreunende muziek naar beneden en wordt met grote lichtgevende letters de naam “RICHARD” zichtbaar. Met dit onverhullende decor, het taalgebruik waarin schelden zeker niet schaars is en de vorm van het stuk zetten de visie van Toneelgroep BAM! nog eens kracht bij: in your face. Ondanks dat dit schuurde tegen overdaad werkte deze vorm uitstekend voor dit stuk.

Een groot compliment van mijn kant moet gemaakt worden naar de acteurs. Van het feit dat het amateurspelers zijn is amper iets te merken. Rick Everts zet een fenomenale Richard neer. De twee uur durende transitie van een sukkelige loser naar een door geweld gepreoccupeerde psychopaat, die alle connecties met zichzelf en de realiteit kwijt lijkt te zijn, speelt hij met grote klasse en nuance. Hierbij sterk geholpen door een tevens geweldige Ruben de Roos, die als Duke of Buckingham, Richard blijft opfokken en aanmoedigen om tot het uiterste te gaan.

Kortom: RICHARD 3.0 is een debuut waar Toneelgroep BAM! heel erg trots op mag zijn.

“Hamlet VS Hamlet” – Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis

ImageFoto: Jan Versweyveld, vlnr: Chris Nietvelt, Roeland Fernhout en Abke Haring

van: Tom Lanoye, naar Shakespeare

regie: Guy Cassiers

gezien op: 19-03-2014 (première), Rabozaal Stadsschouwburg Amsterdam

★★★☆☆ – David Danner

Hamlet Vs Hamlet is de eerste in een reeks voorstellingen die de komende jaren gemaakt zal worden door Toneelgroep Amsterdam en het Toneelhuis. Voor deze eerste voorstelling was het de eer aan Guy Cassiers om met de acteurs van beide topensembles te werken aan de door Tom Lanoye voor deze voorstelling geschreven bewerking van Shakespear’s Hamlet. Een bewerking en enscenering waarin Lanoye en Cassiers er voor hebben gekozen van Hamlet een jonge, kwetsbare adolescent te maken die zich gevangen voelt in de speelwereld van de volwassen koningen. Hiernaast kiest Cassiers er voor om Hamlet te laten spelen door een vrouw: Abke Haring. Echter, in plaats van dat Hamlet door deze keuze vrouwelijker wordt, vult Haring deze rol in door juist stoer en mannelijk te spelen. Bij vlagen levert dit sterke momenten op, maar het resulteert ook een aantal keer in geforceerd spel dat soms een klungelige Hamlet oplevert die voor mij niet goed in de sfeer van de voorstelling past. In deze regie proberen Haring en Cassiers een Hamlet neer te zetten die noch vrouwelijk, noch mannelijk is en noch stoer, noch een doetje. Hierin slagen zij grotendeels, maar dit heeft wel tot gevolg dat deze Hamlet enigszins onbestemd lijkt.

Een sfeer die resulteert uit het door Ief Spincemaille gecreëerde decor en het prachtige onheilspellende geluidsdecor van Diederik de Cock. Het toneelbeeld bestaat uit een glazen vloer waaronder de doden en de maatschappij liggen weg te rotten. In het midden van deze vloer staat een toren bestaande uit hangende bewegende panelen, die in sommige scènes ook dienst kunnen doen als projectiescherm. Deze open, kale en rouwe ruimte zorgt in combinatie met het ingetogen maar onheilspellende geluid voor een rouwe en kille sfeer. Binnen deze sfeer, die bijna de hele drie uur durende voorstelling in stand blijft, zit echter weinig variatie. Het spel kent weinig uitbarstingen en blijft grotendeels op hetzelfde niveau. Twee scènes in de voorstelling doorbreken deze sfeer: de toneelvoorstelling die de toneelspelers (Marc van Eeghem & Kevin Janssens) in opdracht van Hamlet opvoeren in een op het decor geprojecteerd poppenspel en een scene waarin beide heren, dit maal als grafdelvers, een misverstand uitvechten over de identiteit van de lijken in een slapstickachtig taalspel dat sterk op de lachspieren van het publiek werkt. Deze scènes vormen een fijne afwisseling in de voorstelling, maar missen in de totale voorstelling een functie, anders dan het simpelweg doorbreken van de sfeer. Iets wat wel nodig was op momenten omdat de sfeer, hoe mooi en krachtig die ook is, de voorstelling niet maakt. Het vlakke spel in de kille setting kent mooie nuances, maar bereikt niet altijd de achterste rijen in de zaal. Een schaarse uitbarsting, van bijvoorbeeld Roeland Fernhout resulteert dan ook in een van de sterkere momenten van de voorstelling.

Ondanks het sterke spel van sommige acteurs (oa. Fernhout, Nietvelt en van Assche) komt de Hamlet van Haring in deze regie van Cassiers niet volledig uit de verf.